61.

terug naar roman Ichi Ni San

Pagina uit 'De non'

naar pagina uit hoofdstuk 'De krokodil'
Naar beginsite

Naar pagina uit: 'De krokodil'

geslenterd. Ter hoogte van de non hield hij stil. Ze waren beiden van gelijke lengte. Zijn blik ging een paar keer op en neer van de voeten van de non naar haar deemoedig gebogen hoofd, terwijl hij het soepele deel van het zweepje strelend over de palm van zijn linkerhand liet gaan. Zijn kameraden keken achterom en riepen iets naar hem. Toen hij niet reageerde, liepen ze door en zo’n tien seconden later waren ze verdwenen in het hoofdgebouw. Tijdens die tien seconden bleef ‘Jan- tje’ staan waar hij stond. Zijn hand met het zweepje bleef ritmisch de strelende beweging maken. Onafgebroken bleef zijn blik op de non gericht. Niet in staat zich te verroeren, staarde de zuster naar het water in het teiltje. Niemand kreeg ooit te horen wat er die ogenblikken door haar heen ging. Haar in de tropenzon gebruinde gelaat was vaalbleek. Het onbeheerste trillen van haar lichaam onder het habijt was zichtbaar aan de kleine golfjes water, die zo nu en dan over de teilrand golfden. Heel rustig verplaatste ‘Jantje’ zijn voeten achterwaarts, totdat hij iets meer dan een armlengte van de non vandaan stond. Zijn enigszins kromme benen stonden gespreid. Overdreven langzaam legde hij zijn linker vuist laag op zijn rug. Alle geluiden in het kamp verstomden. Het dreinen van een baby ergens op het plein, werd plotseling gesmoord. In de onwerkelijke stilte klonken de verre stadsgeluiden en het dichterbije gonzen van allerlei insecten opeens heel dreigend... Plotseling zwiepte het zweepuiteinde met een striemende slag over het teiltje. De tijd scheen vertraagd te zijn, het vallen van de teil en van het eruit gutsende water leek eindeloos te duren. De pets van het neerkletsende vocht en de kletterende klap van de zinken bak klonken haast oorverdovend in de onnatuurlijke stilte. Aan de onderkant van het habijt waren donkere plekjes zichtbaar van opgespatte waterdruppels. Als door een wonder was er verder niets van de inhoud van de teil op haar terechtgekomen. De benen en de sokken en de gympen van de Jap dropen echter van het vocht… De bloedeloze lippen van oude vrouw leken een gebed te prevelen.